Als je tegenwoordig een smartphone oppakt, bevat deze meer rekenkracht dan hele computerzalen vroeger. In de jaren 1980 was dat heel anders. Computers waren zeldzaam, duur en voor veel mensen een mysterieuze machine. Als je toen een eigen computer thuis had, behoorde je tot een kleine groep knutselaars, uitvinders en nieuwsgierigen. Het spannende was dat je computers niet zomaar kon gebruiken. Je moest ze ook begrijpen. Veel programma's waren niet kant-en-klaar te koop. In plaats daarvan stonden er in computertijdschriften pagina's met lijsten met BASIC-code die je regel voor regel moest uittypen. Pas dan kon je zien of het programma überhaupt werkte.
Dat klinkt vandaag de dag vervelend, maar het had één groot voordeel. Je leerde automatisch hoe computers werken. Als je een fout maakte, kreeg je meteen een foutmelding - en moest je zelf uitzoeken waar de fout zat. Op deze manier ontwikkelden veel jonge computerfans een heel natuurlijke benadering van technologie en programmeren.
In die tijd begon ik mijn eigen reis in de wereld van computers.