Er zijn figuren die je de rest van je leven bijblijven. Sommigen als een slecht zittend pak, anderen als een oude vriend die ongevraagd blijft langskomen. Voor Dieter Hallervorden heet deze vriend „Didi“. En hij belt niet, hij bonkt. Op een denkbeeldige gong. Palim, Palim! - en bijna iedereen weet wie hij is.
Maar hier begint het misverstand. Want wie Dieter Hallervorden reduceert tot dit ene moment, tot de slapstickact, het stompende gezicht en de overdreven naïviteit, mist de ware persoon erachter. De grappenmaker was altijd maar de oppervlakte. Daaronder zat een brein dat alerter was dan velen hem toeschrijven - en een personage dat er nooit van hield om verteld te worden waar hij heen moest. Dit portret is daarom geen nostalgische terugblik op het televisievermaak van de afgelopen decennia. Het is een poging om een artiest serieus te nemen die tientallen jaren lang bewust niet serieus genomen wilde worden - en juist daarom zo effectief was.