Als je tegenwoordig het woord „cancelcultuur“ hoort, denk je al snel aan universiteiten, sociale netwerken of prominente personen die onder druk komen te staan omdat ze een ondoordachte uitspraak hebben gedaan. Oorspronkelijk was het fenomeen sterk gelokaliseerd in de culturele en academische sfeer. Het ging om boycots, protesten en symbolische afstand nemen. Maar de laatste jaren is er iets veranderd. De dynamiek is gegroeid, het is serieuzer geworden - en vooral: het is politieker geworden.
Vandaag de dag kijken we niet alleen naar individuele debatten over lezingen of Twitterberichten. We zien atleten die niet aan wedstrijden mogen meedoen. Artiesten wier programma's worden geannuleerd. Professoren die onder enorme druk komen te staan. Militairen wier uitspraken binnen enkele uren internationale golven maken. Staten die lijsten bijhouden. Inreisverboden. Sancties die niet alleen instellingen treffen, maar ook specifieke individuen.
Dit is meer dan een marginaal cultureel fenomeen. Het is een politiek mechanisme geworden.