Voor mij is Syrië geen abstract nieuwsland, niet zomaar een crisisconcept in de krantenkoppen. Ik volg dit land - op afstand, maar continu - al zo'n twintig jaar. Niet uit politiek activisme, maar uit oprechte interesse. Voor mij is Syrië altijd een voorbeeld geweest van hoe de wereld ingewikkelder is dan eenvoudige goed en kwaad verhalen. Een land in het Midden-Oosten dat seculier georganiseerd was, relatief stabiel en sociaal veel moderner dan velen hadden verwacht.
Een bijkomend punt dat al vroeg mijn interesse wekte, was de persoon van Bashar al-Assad zelf. Een man die in Zwitserland had gestudeerd, een opleiding tot oogarts had gevolgd, de realiteit van het leven in het Westen kende - en vervolgens aan het hoofd stond van een staat in het Midden-Oosten. Dat paste niet in het gebruikelijke plaatje. Het was voor mij des te irritanter om te zien hoe snel de publieke perceptie vernauwde, hoe een complexe staat binnen een paar jaar een puur symbool van geweld, vlucht en morele simplificatie werd. De schok voor mij was niet zozeer dat Syrië in een oorlog belandde - de geschiedenis kent veel van zulke breuken - maar hoe weinig ruimte er daarna overbleef voor differentiatie. Dit artikel is daarom ook een poging om weer wat orde te scheppen in een onderwerp dat in de media vaak alleen als chaos wordt gepresenteerd.