Het was een van die rustige ochtenden waarop de zon door de fijne gordijnen van mijn werkkamer scheen en de geur van vers gezette Darjeeling zich vermengde met die van kranteninkt - een geur die me altijd doet denken aan de geordende tijden toen papier nog werd beschouwd als de drager van gedachten en niet als de verpakking voor bananen.
Zoals gewoonlijk had ik mijn ontbijt netjes gerangschikt: twee sneetjes grijs brood, boter in een geometrische opstelling en een gekookt ei met het bekende barstje dat altijd op dezelfde plek verschijnt - een mysterie dat zelfs de vooruitgang niet kan verklaren.