Als kind en tiener groeide ik op in een familie van muzikanten. Mijn beide ouders zijn muziekleraren. Mijn moeder speelt dwarsfluit en mijn vader piano. Muziek was bij ons thuis geen decoratieve achtergrond, maar een natuurlijk onderdeel van het dagelijks leven. We oefenden, gaven les, discussieerden en worstelden soms zelfs. Bladmuziek lag op de vleugel, niet in de kast.
Ik speelde zelf piano en later ook saxofoon. En zoals zoveel mensen die een klassieke opleiding volgen, kwam ik op een gegeven moment terecht bij Johann Sebastian Bach - meer specifiek, de eerste prelude uit het „Wohltemperierte Klavier“. Ik kan het nog steeds spelen. Misschien niet foutloos, daar zou ik nog eens op moeten oefenen. Maar de structuur van dit stuk is nog steeds bij me. Deze rustige opeenvolging van gebroken akkoorden, de heldere harmonie, de vanzelfsprekende volgorde - zelfs als leerling voel je dat hier iets belangrijks gebeurt. Dit portret is opgedragen aan mijn moeder op haar 70e verjaardag, die het voor mij mogelijk maakte om destijds pianoles te nemen.